Opstanding

Dood voor de zonde

Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. (Rom. 6:7 HSV)

 

‘IK BEN GEEN ZONDAAR’

Mag ik juichend zingen.

Op grond van Jezus’ dood voor mij.

Hij leeft, is opgestaan!

De dood kon het niet winnen.

Ik ben gelijk gemaakt aan Jezus,

Door Hem in Zijn dood.

Ik zal gelijk zijn aan Jezus,

Door Hem in Zijn opstanding.

Mijn zonde is tenietgedaan.

Ik geloof; mijn doop getuigt daarvan.

In Zijn dood ben ik begraven.

In het waterbad ondergegaan,

maar daaruit mocht ik op staan.

Ik lééf met Hem voor God.

Zonde regeert niet meer in mij.

Zijn Geest heeft Hij gegeven

Hij woont in mij en leert me

Gehoorzamend in genade

Als Zijn gerechtigheid te leven.

‘IK BEN GEEN ZONDAAR’

Mag ik juichend voor Hem zingen.

In dankbaarheid, gelovend.

Alle glorie is voor Jezus

De dood kon het niet winnen!