Spiegels van de ziel

Op een mooie dag in Oktober werd ze geboren, het meisje. Iedereen was blij, negen maanden lang was er op haar gewacht. Prachtig was ze door haar Schepper geweven in een apart, heel eigen patroon. Hij had een bijzondere bestemming voor haar. Zou het lukken om daar te komen?

De moeder nam het meisje in haar armen. Ze keken elkaar aan, het meisje keek als in een spiegel en zag: zij heeft me nodig! Op dat moment verloor het meisje haar eerste stukje ‘zelf’.

Het meisje groeide op tot kleuter. Voor het eerst naar school, spannend. Ze zag veel spiegels om zich heen en van wat ze daarin zag, schrok ze soms een beetje. Ze gedroeg zich zoals ze dacht dat nodig zou zijn en merkte dat het hielp. Sommige kinderen speelden met haar, maar opnieuw verloor het meisje een stukje van zichzelf.

Er kwam een dag in haar leven waarop het meisje moest gaan logeren. Haar moeder was ziek en haar vader moest werken, hij kon niet alleen voor drie kinderen zorgen. Het meisje zou een maand in een ander gezin zijn, alleen. Er was in dat gezin een ouder meisje dan zijzelf. Zouden ze vriendinnen worden? Vol verwachting keek het meisje in de spiegel van het gezinsmeisje….maar ze werd bang, want alles wat ze zag was zo anders. Uit angst deed het meisje precíes wat het gezinsmeisje van haar vroeg en weer verloor ze een stukje van zichzelf.

Op school werd het meisje gepest. Dat was waarschijnlijk niet zo vreemd, want andere kinderen zagen in haar spiegel niet zoveel wat voor hen bekend was. Ze scholden haar uit en plaagden haar omdat ze anders was. Huilend liep het meisje naar de meester om het te vertellen, misschien zou hij haar helpen. Door haar tranen heen keek ze daarbij in zijn spiegel. Ze zag geen begrip. “Schelden doet geen zeer,” zei hij, daarmee was voor hem de situatie opgelost en klaar. De spiegel van het meisje besloeg, werd helemaal dof. Nu was voor anderen haar zelf niet goed zichtbaar meer.

Als puber had het meisje wel het een en ander geleerd. Zodra ze in iemands spiegel keek, dacht ze te zien wat er van haar werd verwacht. Ze kon ook goed tussen de regels door horen wat anderen eigenlijk bedoelden als ze iets tegen haar zeiden, tenminste dat dacht ze. Het meisje trok zich terug in haar eigen wereldje van boeken, die ze verslond. In de verhalen had ze vrienden en vriendinnen, zij was tenslotte meestal de hoofdrolspeler van het verhaal. Wat ze niet besefte, gebeurde toch, iedere keer weer raakte het meisje een stukje van zichzelf kwijt.

Het verhaal gaat verder; het meisje werd een vrouw, ze trouwde en kreeg kinderen. De vrouw zorgde goed voor iedereen, voor haar ouders, haar man, haar kinderen, dat hoorde tenslotte zo. In hun spiegels zag ze precies wat zij nodig hadden.

In haar eigen spiegel keek de vrouw eigenlijk nooit en als ze het al eens deed, zag ze niet veel wat haar bekend voor kwam. Anderen in haar spiegel laten kijken durfde ze niet goed, dus hield ze die meestal naar beneden gericht. De enige met wie zij echt contact had was het meisje dat in haar woonde. Samen waren ze nog wel sterk, dachten ze…. Maar nee, elkaar helpen, lukte niet meer. Ze waren beiden zo bang en verloren. Krampachtig hielden ze hun angsten voor iedereen verborgen. Niemand kende hen echt, ze líeten zich niet kennen. Niemand had door wie de vrouw was… niemand? En haar Schepper dan?

Al haar hele leven geloofde de vrouw in een God. Er was over Hem verteld door haar ouders en vele anderen. Ze geloofde dat Hij er was, maar diep in haar hart was ze bang voor de God over wie ze gehoord had. Die God zou van haar houden als ze gehoorzaam was, alles deed wat Hij wilde en de minste zou zijn. Nou, dan waren zij en het meisje nooit goed genoeg voor deze God en als bescherming hield ze ook voor Hem haar spiegel neergeslagen. Maar…

God zag haar en zou Zich aan de vrouw bekend maken zoals Hij is!

Op een dag hoorde de vrouw iemand zeggen: ‘God houdt onvoorwaardelijk van mensen.’ Die woorden kwamen aan…en er brak iets diep binnen in haar. Dát kon niet waar zijn! Onvoorwaardelijke liefde? Die bestaat niet, niet bij mensen en vast ook niet bij God. Er wordt altijd iets verwacht als iemand je liefde of aandacht geeft, zó hadden het meisje en de vrouw geleerd, dat was waarheid voor hen geworden.

‘Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij’

Wie zei dat? Hoorde de vrouw die stem echt of was dit zo maar een gedachte? Zulke dingen dacht zij nooit! Het klonk alsof ze deze woorden in haar Bijbel zou kunnen vinden! Zou God dat zo maar tegen haar zeggen? Dat kon toch niet? God spreekt toch niet meer persoonlijk tegen mensen, alleen door Zijn Woord. Zo had zij geleerd. Het wás natuurlijk ook Zijn Woord. De vrouw raakte in verwarring, wat moest ze doen? Wat werd er van haar verwacht? Ze hunkerde naar…? Eigenlijk wist ze het niet. Waarheid?

‘Je bent zo kostbaar in Mijn ogen. Ik heb je lief.’

‘Heer, dat snap ik niet, hoe kan dat?’

‘JEZUS!’

Heel langzaam groeide bij de vrouw het besef dat het al ruim 2000 jaar geleden was dat Jezus, Gods Zoon, God Zelf, als kindje naar de wereld kwam en daar Zijn werk als Verlosser en Middelaar deed.

Hij zag in de hof van Getsemané de beker, waarin de zonde, het verdriet en de pijn van het meisje en de vrouw ook aanwezig waren. Hij dronk die beker leeg tot op de bodem. Zijn lijden en sterven aan het kruis waren daarvan getuige. Jezus kocht met Zijn dood de vrouw vrij, al lang voordat ze bestond. Hij deed dat uit liefde…onvoorwaardelijke liefde! De vrouw begon te begrijpen dat Hij helemaal niet eerst van alles van haar vroeg. Hij had allang gegeven wat zij nodig had. Onvoorwaardelijk!

Samen met het meisje gaat de vrouw jarenlang door een genezingsproces. Ze leren steeds meer en dieper wie God is; de Vader, Jezus, de Heilige Geest. Ze leren over wie zij zijn en hoe God hen gemaakt en bedoeld heeft. Vertrouwen, is een kernwoord dat ze steeds weer opnieuw moeten leren begrijpen. De vrouw kiest ervoor om dat te doen, eerst God vertrouwen, daarna ook stapje voor stapje de mensen om haar heen. Het meisje volgt in haar voetsporen.

Op een dag laat de vrouw zich dopen. Jezus is niet in het graf gebleven. Hij is opgestaan en leeft. Door de doop heen mag de vrouw weten dat zij samen met Hem gestorven is en ook samen met Hem in een nieuw leven mag opstaan.

Het nieuwe leven betekent voor de vrouw dat ze met God op weg gaat. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week samen met Hem. Hij laat haar ervaren dat Hij voor haar, naast haar en onder haar is. De vrouw en het meisje weten dat dit de veiligste plek is, in het centrum van Gods drie-eenheid, in Zijn liefde. Gods licht straalt om die plaats waar zij zich bevinden en het Licht houdt de duisternis op afstand.

Op deze intens veilige plek willen het meisje en de vrouw wel voor altijd blijven om zich te warmen aan Gods grote liefde. Hij geeft hen echter een opdracht: ‘Schijn met Mijn liefde in deze donkere wereld, met dat wat Ik jou gegeven heb. Je mag het doorgeven, vertel aan iedereen hoe onvoorwaardelijk lief Ik hen heb!’

De spiegel van de vrouw is niet langer beslagen. Met steeds meer vrijmoedigheid laat ze anderen in haar spiegel kijken. Ze is er van overtuigd dat ze door haar heen, Jezus mogen zien. Dat is haar grote wens.

Het meisje vindt het allemaal nog wel spannend, maar de vrouw stelt haar gerust. ‘Kom’, zegt ze ‘We gaan het gewoon doen. Als God voor ons is, wie zal er dan tegen ons zijn?’ Ze gaat op weg terwijl de warmte en het Licht voelbaar door haar heen stromen.

‘Dank U Vader voor Uw onvoorwaardelijke liefde en dat ik die samen met U mag uitdelen.’

3 gedachten over “Spiegels van de ziel”

  1. Wat heb je dit ontzettend prachtig geschreven…het raakt met diep…zo herkenbaar! Bedankt voor het delen en Gods Zegen, aan Hem alle eer!!!

Laat een reactie achter op Corine Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *